Wout van Aert keert in 2026 terug naar Strade Bianche en Milaan–San Remo en kiest daarmee opnieuw voor een meer klassieke opbouw richting de kasseiklassiekers. De Belg bevestigde bovendien dat hij dit seizoen zowel de Tour de France als de Vuelta a España zal rijden.
Na twee seizoenen waarin hij zijn programma in maart terugschroefde ten voordele van langere hoogtestages, zal Van Aert dit voorjaar weer aantreden in Strade Bianche, Tirreno-Adriatico en Milaan–San Remo, alvorens de focus volledig te verleggen naar de Ronde van Vlaanderen en Parijs–Roubaix – de twee koersen die hij het meest begeert.
“In het voorjaar wil ik er staan van Omloop Het Nieuwsblad tot en met Roubaix. Ik wil mezelf overal tonen en elke kans grijpen die zich aandient,” zei Van Aert in een verklaring die zijn ploeg Visma | Lease a Bike dinsdag verspreidde.
“In tegenstelling tot de voorbije seizoenen sta ik opnieuw aan de start van de Italiaanse klassiekers Strade Bianche en Milaan–San Remo.”
Van Aert, wiens veldritcampagne voortijdig eindigde door een enkelbreuk, begint zijn wegseizoen op 28 februari met Omloop Het Nieuwsblad, gevolgd door Strade Bianche een week later.

Opmerkelijk is dat het zijn eerste deelname aan Strade Bianche in vijf jaar zal zijn. Hij stond op het podium in 2018 en 2019 en won de door de pandemie uitgestelde editie van 2020, maar verscheen sindsdien niet meer aan de start na zijn vierde plaats in 2021. Het vernieuwde en verlengde parcours is de voorbije jaren vooral het terrein geweest van Tadej Pogačar.
“Na mijn overwinning in Siena tijdens de Giro d’Italia vorig jaar besefte ik dat Strade Bianche, ondanks de wijzigingen aan het parcours, nog altijd heel goed bij mijn kwaliteiten past,” aldus Van Aert.
“Ik beschouw Strade Bianche en Milaan–San Remo als twee van de mooiste wedstrijden van het seizoen, dus die wil ik in 2026 zeker niet missen.”
Tussenin rijdt Van Aert Tirreno-Adriatico, waar hij in het verleden al vaak indruk maakte. In april gaat hij opnieuw op jacht naar een felbegeerde overwinning in de Ronde van Vlaanderen of Parijs–Roubaix, na jaren van net-niet in de kasseimonumenten.
“Natuurlijk blijven monumenten als de Ronde van Vlaanderen, Parijs–Roubaix en Milaan–San Remo de hoofddoelen van het seizoen, maar elke andere koers die ik start betekent ook heel veel voor mij,” zei Van Aert.
Zoals gebruikelijk schakelt hij in de zomer over op het rittenwerk. Hij krijgt daarbij de vrijheid om op jacht te gaan naar etappezeges in de Tour Auvergne–Rhône-Alpes (het vroegere Critérium du Dauphiné), terwijl Jonas Vingegaard herstelt van de Giro d’Italia en Matteo Jorgenson zich richt op de Ronde van Zwitserland.
In juli wordt Van Aert opnieuw een belangrijke schakel in het Tour-de-France-blok rond Vingegaard. In augustus keert hij ook terug naar de Vuelta a España. Daar heeft hij nog een open rekening na zijn zware valpartij in de Vuelta van 2024, toen hij leider was in het puntenklassement.
“Mijn exit in 2024 was pijnlijk, maar ik keer terug met veel motivatie. Als ploeg kunnen we daar zeker iets moois neerzetten. Daarnaast zitten ook de Wereldkampioenschappen in Canada al lang in mijn hoofd. Ik zie de Vuelta als de ideale voorbereiding om daar op mijn best te zijn.”
Van Aert werd de voorbije jaren achtervolgd door pech, met name door twee zware crashes die zijn seizoen 2024 onderbraken en ook de start van 2025 bemoeilijkten.
Ondanks opnieuw een tegenslag – een enkelbreuk opgelopen tijdens de Exact Cross in Mol op 2 januari klonk Van Aert optimistisch over het nieuwe jaar tijdens de openingspersconferentie op de mediadag van Visma op dinsdag.
“Het feit dat mijn veldritseizoen voorbij is, was een harde klap, maar ik hoop over enkele maanden te kunnen zeggen dat het mijn wegseizoen niet heeft verpest. De tijd speelt in ons voordeel. Ik hoop volledig klaar te zijn. Nu ik weer op de fiets zit, heb ik er vertrouwen in dat het goed komt.”













