Voormalig wereldkampioen Bart Wellens draaide er niet omheen. Hij nuanceerde niet. Terwijl hij de elite mannenwedstrijd op de UCI Wereldkampioenschappen veldrijden 2026 in Hulst vanop zijn sofa volgde, kwam hij tot een conclusie waar hij naar eigen zeggen lang weerstand tegen had geboden. “Mathieu van der Poel is de beste veldrijder ooit, daar ben ik nu echt zeker van,” schrijft hij in zijn column voor *Het Nieuwsblad*.

Wellens had lange tijd volgehouden dat tijdperken niet met elkaar vergeleken moesten worden. Hulst deed hem van mening veranderen. “Vroeger zei ik altijd dat je generaties niet mag vergelijken, maar nu heb ik mijn mening bijgesteld. De manier waarop hij het veldrijden domineert, de manier waarop hij dat combineert met de weg…
Er is eigenlijk geen twijfel meer mogelijk: hij is de beste veldrijder ooit.”
Dit was geen nostalgie. Het was een technische analyse van wat hij net had gezien in de regen en de modder van Hulst. “Met de regen die viel, werd het nog meer een echte veldrit. De manier waarop Mathieu reed, dat benaderde perfectie. De manier waarop hij de bochten nam, hoe hij die steile klim aanpakte. Met uitzondering van de laatste ronde reed hij daar telkens helemaal naar boven. Chapeau.”
Wellens weet hoe perfectie in het veldrijden eruitziet. En hij was duidelijk: wat Van der Poel op dat parcours liet zien, hoorde thuis in een andere categorie dan alles wat hij eerder had gezien, zelfs in de tijdperken van De Vlaeminck en Nys.
“Ik had Eric De Vlaeminck als coach en heb enorm veel van hem geleerd, ik heb tegen Sven Nys gekoerst. Maar Mathieu… Dat is toch nog iets anders. En daarmee doe ik niets af aan de carrières van Nys of De Vlaeminck. Dat waren ook zeer grote kampioenen, maar Mathieu is een speciaal geval.”
Hulst was geen krachtparcours. Het was lastig, schuin aflopend, vol sporen en voortdurend vragend om de juiste lijnen en engagement. Toen de regen viel, werd het een parcours waar aarzeling meteen meters kostte.
Daar, vond Wellens, maakte Van der Poel het verschil. “Met de regen die viel, werd het nog meer een echte veldrit.”
In de schuine passages, op de steile loopstrook en in de technische afdalingen reed Van der Poel secties waar anderen vooral probeerden te overleven. Ronde na ronde stapelden kleine winsten op dezelfde plaatsen zich op tot een beslissende kloof die nooit meer werd gedicht.
Achter hem bleven Tibor Del Grosso en Thibau Nys strijden om de resterende medailles op een circuit dat absolute precisie meer beloonde dan brute kracht.
Wellens hield zich niet in over de materiaalkeuze van de Belg. “Ik heb wel iets te zeggen over de bandenkeuze van Thibau. Als je ziet dat je de enige bent die voor dat profiel kiest, dan denk ik dat je moet veranderen. De tube waarop Thibau reed is in mijn ogen een vrouwentube. Mannen hebben te veel vermogen om daarop te rijden.”
Toen de regen viel en de afdalingen verraderlijker werden, zag Wellens elke ronde de gevolgen. “Technisch behoort Thibau tot de absolute top en toch verloor hij tien tot vijftien meter in elke afdaling. En zeker toen het begon te regenen, was het voorbij voor hem.”
Volgens Wellens had dat zelfs tijdens de wedstrijd nog gecorrigeerd moeten worden. “Als je belangrijkste concurrenten met een zwaarder profiel starten, dan moet je veranderen, zelfs al is dat in de voorlaatste ronde. Een fietswissel had hem misschien twintig meter gekost, met dit profiel verloor hij meer dan honderd meter.”
Hij verwierp het idee dat zulke details in het veldrijden overdreven worden. “Ik hoor mensen zeggen dat dit geen Formule 1 is. Fout, het wordt steeds meer Formule 1, waar details zoals tubes of regen het verschil maken.”
In de lezing van Wellens was dit niet zomaar een wedstrijd die Van der Poel won. Het was een koers waarin de kleinste technische beslissingen achter hem bepaalden wie überhaupt kon uitdagen. “Links of rechts van Mathieu op het podium staan, dat blijft toch iets anders.”
Wellens ging ook in op de bredere vraag naar de plaats van Van der Poel in de kalender en of hij ooit volledig afstand zou kunnen doen van de winters. “Een winter zonder Mathieu? Ik zou het begrijpen. De stress, de kou… Aan de andere kant: zijn veldritactiviteiten hebben nooit een negatieve impact gehad op zijn voorjaar. Zijn hart ligt bij het veldrijden.”
Het is precies die combinatie – dominantie in de modder en overheersing op de weg die Wellens uiteindelijk overtuigde om zijn terughoudendheid om tijdperken te vergelijken los te laten. Hulst, in de regen, op een parcours dat niets minder dan perfecte controle toeliet, leverde het laatste bewijs dat hij nodig had. Voor iemand die de jaren van De Vlaeminck én het tijdperk-Nys van dichtbij heeft meegemaakt, is dat geen vrijblijvende uitspraak.














