Op dinsdag wordt Eddy Merckx 80 jaar, een mijlpaal voor de man die door velen nog steeds wordt beschouwd als de grootste wielrenner aller tijden. Vijfvoudig winnaar van de Tour de France, goed voor 34 ritzeges (een record dat standhield tot Mark Cavendish het in 2024 verbrak), daarnaast vijf keer de Giro d’Italia, de Vuelta a España, drie wereldtitels en alle vijf de Monumenten. Niemand evenaarde ooit de breedte van zijn palmares: elf Grote Rondes en negentien Monumenten tegen de tijd dat hij op zijn 32e met pensioen ging.

Om deze gelegenheid te markeren, zond de Belgische omroep Sporza zondag een speciale editie uit van *Vive le Vélo*, met presentator Karl Vannieuwkerke, Merckx zelf, zijn zoon Axel en voormalig bondscoach José De Cauwer. Hoewel het gesprek grotendeels feestelijk was, kwamen er ook diepere thema’s aan bod: druk, publieke perceptie en hoe de sport is veranderd.
Merckx prees de moderne sterren, maar sprak zijn medeleven uit over de intense druk waaronder zij staan. “Ik ben blij dat er in mijn tijd geen sociale media waren,” zei hij. “De renners van vandaag staan onder nog meer druk van de pers dan ik toen. Daarom koersen ze ook minder. Als ze evenveel zouden koersen als ik destijds, zou die druk niet meer houdbaar zijn.”
Tadej Pogačar, de 26-jarige Sloveen die nu wordt beschouwd als zijn mogelijke opvolger, kwam uiteraard uitgebreid ter sprake. Met negen Monumentzeges en vier eindoverwinningen in Grote Rondes (drie keer de Tour, één keer de Giro) heeft Pogačar de discussie over wie de grootste aller tijden is opnieuw aangewakkerd. Hoewel hij nog een eind verwijderd is van Merckx’ totaal, lijkt Pogačar zich op een koers te bevinden die sinds de Belgische legende niet meer is gezien.
Maar dominantie roept ook weerstand op. “Je ziet dat nu ook bij Pogačar,” merkte Axel Merckx op. “Hij wint zo veel dat mensen hem beginnen te haten.”
Voor Axel is die haat helaas herkenbaar. Als kind had hij het moeilijk met de manier waarop zijn vader werd behandeld. “Ik zag beelden van mensen die hem uitfloten of hem nabeten. Dat heeft me toen echt geraakt. Hij deed gewoon zijn werk. Maar die mensen waren boos omdat hij won.”
De Cauwer herinnerde zich een bijzonder pijnlijk moment uit Axels beginperiode als renner: “Ik ben ooit met Eddy naar een nieuwelingenwedstrijd gaan kijken. Axel zat in de kopgroep, maar won niet. De vader van de winnaar liep aan de overkant en maakte obscene gebaren en schold Eddy uit,” herinnerde hij zich. “Ik stond verstijfd en kon wel huilen. Hoe erg is dat? Wat kan die jongen daaraan doen?”














