In de plannen van Visma | Lease a Bike voor 2026 tekent zich een scenario van gecontroleerde overgang af: de ploeg is sterk vernieuwd, maar zonder afstand te doen van haar twee grote uithangborden, Jonas Vingegaard en Wout van Aert. De nieuwe aanwinsten en vertrekkers op de transfermarkt maken de sportieve boodschap duidelijk: de ploeg accepteert het verlies van enkele belangrijke figuren, maar versterkt de collectieve structuur om te blijven meestrijden in zowel grote rondes als eendaagse klassiekers. De uitdaging wordt om de nieuwkomers te integreren zonder de winnende identiteit kwijt te raken die de ploeg de afgelopen jaren heeft gekenmerkt.
erkingen betreft, focust Visma in 2026 meer op diepte en veelzijdigheid dan op grote mediatische namen. De komst van Bruno Armirail is een luxe versterking voor alle terreinen, en vooral voor het zware werk in grote rondes – een renner die kilometerslang tempo kan maken in lange beklimmingen en verantwoordelijkheid kan nemen in achtervolgingen wanneer de koers scheurt.Davide Piganzoli past in dezelfde logica van investeren in klimmers voor de toekomst, iemand die kan groeien in de schaduw van Vingegaard en tegelijk oplossingen kan bieden in rittenkoersen van een week. Rond hem komen zeer bruikbare pionnen: Owain Doull en Filippo Fiorelli brengen ervaring en betrouwbaarheid in klassiekers en middengebergte, terwijl Timo Kielich snelheid en explosiviteit biedt in lastige sprints.
Daarbij komen nog jongeren uit het opleidingsteam, zoals Pietro Mattio en Tim Rex. evenals het interessante project van voormalig triatleet Anton Schiffer. Zij versterken de basis van de ploeg en garanderen kwaliteitsvolle reserves voor een steeds drukker wordend kalenderjaar.
De vertrekkers zijn echter niet min, en maken duidelijk waarom 2026 niet simpelweg een seizoen van “continuïteit” wordt. Het vertrek van Olav Kooij kost de ploeg één van de meest veelbelovende sprinters van het peloton, terwijl het verlies van Tiesj Benoot en Dylan van Baarle de ploeg verzwakt in klassiekers, zowel qua ervaring als tactische intelligentie.
Daarnaast betekent de overstap van Cian Uijtdebroeks naar Movistar het opgeven van een potentiële leider voor de toekomst. De ploeg geloofde duidelijk niet in zijn korte termijn als klassementskopman (men liet hem weten dat hij in 2026 naar geen enkele grote ronde zou gaan), waardoor hij zijn vertrek forceerde. Dit zal Visma moeten compenseren via de ontwikkeling van eigen talent en de groei van Piganzoli.
In dit kader blijven de doelstellingen voor 2026 helder. In de grote rondes draait alles om Jonas Vingegaard, die opnieuw de absolute speerpunt wordt richting de Tour de France, en waarschijnlijk ook een gooi wil doen naar de Giro d’Italia – een ronde die de ploeg vorig seizoen al won met Simon Yates.
Het team rond hem wordt opgebouwd om een solide bergtrein te vormen, met renners die de koers van ver kunnen verzwaren én de aanval van rivalen kunnen controleren. Kuss, Armirail, Piganzoli en andere klimmers krijgen als eerste taak hem te beschermen op de cruciale momenten. Het doel is niet alleen strijden om eindwinst, maar ook het heroveren van de collectieve dominantie in de bergen die Visma in eerdere jaren zo herkenbaar maakte.
Parallel blijft Wout van Aert de absolute leider in de klassiekers. Zonder Benoot en Van Baarle zal de Belg nog meer sportief en tactisch gewicht dragen: de ploeg moet rond hem een garde bouwen die hem kan beschermen in de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en andere monumenten, en tegelijk voldoende opties creëert om niet voorspelbaar te worden.
De dubbele missie: minstens één grote klassieker winnen en continu aanwezig zijn op het podium of in de top vijf van de belangrijkste wedstrijden.
Kortom, 2026 wordt een seizoen waarin Visma wil bewijzen dat het project, ondanks grote vertrekkers, nog altijd stevig draait rond twee eigen sterren – Vingegaard en Van Aert ondersteund door een brede en sterke ploegbasis. Ze komen uit een jaar waarin ze twee grote rondes wonnen met Vingegaard en Yates, plus een tweede plaats in de Tour. Dat evenaren wordt moeilijk. Maar in de monumenten is duidelijk ruimte voor verbetering: de vraag wordt of Van Aert eindelijk iets kan afsnoepen van Pogačar en Van der Poel, iets wat hem de afgelopen jaren niet is gelukt.














